Vervallen kapitaal in de wachtkamer van de weverstraat![]() tekst: Harry van der Ploeg
Aan de gevel van de dansacademie in de Weverstraat kan niet meer worden
afgelezen dat dit ooit de residentie is geweest van het grootkapitaal van
Arnhem. De gemeente lijkt het onderhoud al een eeuwigheid op een laag pitje
te hebben gezet. Het conservatorium sloeg begin jaren negentig al op de
vlucht vanwege bedompte oefenruimtes en slechte akoestiek. De dansers staan
ook al een tijdje te trappelen van ongeduld om te mogen verhuizen naar een
nieuw onderkomen. Volgend jaar moet dat gaan gebeuren. Er wordt hard gewerkt
aan een indrukwekkende badkuip pal naast de Hogeschool voor de Kunsten aan
Onderlangs als ondergrondse balzaal. De ingangspartij van de dansacademie
mag gerust imponerend genoemd worden. Hoog werd hier aan het begin van de
twintigste eeuw van de toren geblazen door de directeuren Pliester en
Lincker van de Arnhemsche Bank Vereniging. Diep was hun val nadat ze er op
een dag met de spaartegoeden van de rekeninghouders vandoor gingen. Uit welk
jaar de bank stamt is duister. De grond eronder was in de negentiende eeuw
vermoedelijk eigendom van Gilles Andre de la Porte, directeur van de
Arnhemsche Verzekerings Maatschappij tegen brandschade. Er is nog een foto
bewaard gebleven van een net getrouwd paar met familie in Gilles' tuin aan
de Weverstraat 40: Constance Andre de la Porte en haar bruidegom Gerbard
Christiaan Coenraad Pels Rijcken, directeur van de Arnhemse Tramweg
Maatschappij. Later streken diverse andere assuradeurs op nummer 40 neer: in
1905 A.D Beerends van het bureau Beerends en Veeren, vlak voor de Eerste
Wereldoorlog A. Schotvanger, in de jaren dertig J. Kremer. Na de Tweede
Wereldoorlog werd diens kantoor omschreven als 'Arnhemse Verzekerings
Maatschappij'. Waarschijnlijk heeft het kantoor nog enige tijd een flinke
tuin gehad, totdat er iets nieuws tegenaan werd gezet: de St.
Aloysiusschool, een Rooms-Katholieke lagere school voor meisjes. Soms wordt
dit markante gebouw toegeschreven aan de Arnhemse architect J.W. Boerbooms,
schepper van het St. Elisabeth Gasthuis. Vanwege de trapgevels in de nok
roept de Aloysiusschool inderdaad associaties op met de neorenaissance, het
bouwkundig handelsmerk van Boerbooms aan het einde van de negentiende eeuw.
In dat geval zou de school omstreeks 1886 of 1887 moeten zijn gebouwd. Oude
documenten geven aanleiding om achter dit alles een dik vraagteken te
zetten. Op 17 augustus 1926 richtte het bestuur van het RK Gesticht Isula
Dei een schrijven aan 'den Heeren Burgemeester en Wethouders' met het
verzoek of zij een RK Meisjeschool mochten bouwen op het terrein Weverstraat
39. ,,Met het toezicht op den bouw belast zich A. Bernsen, architect,
woonachtig Weverstraat 13 in Oosterbeek", meldt de brief. Boerbooms was toen
allang overleden, maar Bernsen zal zich wellicht door diens bouwstijl hebben
laten inspireren. Hij kreeg wel gedonder met dat 'historisme', zoals het
tegenwoordig zou worden genoemd. De schoonheidscommissie wees het plan op 21
september 1926 af. De 'gevelarchitectuur' van het bouwwerk was in haar ogen
'een verkeerde navolging van een oude stijl'. Er waren zelts twijfels over de
vraag of het nabootsen van vroegere bouwwerken wel toelaatbaar was maar de
commissie wilde zich daar: nog niet over uitspreken.
Uiteindelijk liep de
kwestie met een sisser af, Bouw- en woningtoezicht vroeg om toepassinging van
metaalgaas cementspecie als bekleding van de ijzeren balken en een
berekening van de vloer van gewapend beton. Bernsen leverde 15 Maart 1927
alle gegevens. Kort daarna gaven burgmeester en wethouders groen licht. Op
de koop toe bepaalde het college dat er geen muur nodig was tussen de tuin
voor de school en de verzekeringskantoor er pal naast. Het duo werd in de
jaren zeventig een eenheid onder de vlag van de Stedelijke Muziek-'en
Dansschool, voorloper van de Conservatorium en Dansacademie. Na de
verhuizing van het conservatorium naar de Utrechtsestraat begon de gemeente
te dromen over een winkelpassage achter de monumentale gevels, met een
doorloop tot aan de Kortestraat. Een projectontwildcelaar zou al
geďnteresseerd zijn. Nadien is daar niets meervanvernomen. De laatste jaren
wordt erveel gepraat over verhuizing van hetfilmhuis van de Korenmarkt naar
de Weverstraat. Een theater met vijf zalen zou in 2004 in de school moeten
komen, maar knopen zijn daar nog niet over doorgehakt. Dat is goed te zien:
de muren zien er belabberd uit, diverse letters van het opschrift
'Conservatorium en Dansacademie'zijn al van de gevel afgevallen. Het oude
kapitaal van de Weverstraat staat te verpieteren in de wachtkamer van de
stadsplanners.
Artikel in de Gelderlander van 14-02-2003. |